- Verslag door Maxime Morel

- Presentatie door Matthias Meynendonckx

- Agenda door Britt Kerstens

- Techniek door Els De Hoon

- Nieuws door Jelle Laurijssen


- Techniek door Maxime Morel

- Presentatie door Britt kerstens: Presentatie

- Nieuws door Els De Hoon

- Verslag door Matthias Meynendonckx

- Agenda door Jelle Laurijssen


Edge - Perspectives on Drug Free Culture

“I’m a person just like you, but I’ve got better things to do than sit around and fuck my head, hang out with the living dead, snort white shit up my nose, pass out at the shows. I don’t even think about speed. That’s something I just don’t need!

I’ve got the straight edge.

I’m a person just like you, but I’ve got better things to do than sit around and smoke dope, ‘cause I know I can cope. Laugh at the thought of eating ludes, laugh at the thought of sniffing glue. Always gonna keep in touch! Never want to use a crutch!

I’ve got the straight edge.” - Ian MacKaye, Minor Threat – Straight Edge

28 jaar nadat Ian MacKaye met deze woorden – gedragen door snelle, energieke en enorm simpele muziek – (ongewild) een jeugdsubcultuur startte, die zich wereldwijd verspreidde, portretteren Michael Kirchner en Marc Pierschel de levens van twaalf personen die zich identificeren met Straight Edge in een film. Oorspronkelijk draaide Straight Edge rond drie dingen: zich distantiëren van tabak, drugs en alcohol. Maar over de jaren heen was de subcultuur onderhevig aan evolutie en werd het gedachtegoed uitgebreid met een verachting van promiscuïteit, veganisme/vegitarisme en tal van politieke opvattingen als: seksisme, racisme, dierenrechten, geweld en algehele onverdraagzaamheid. Kirchner en Pierschel hebben beide een sociologische achtergrond en deden er twee jaar over om deze film te maken. Beide Duitsers zijn, zoals verwacht, ook Straight Edge. Edge – Perspectives on Drug Free Culture is hun eerste volwaardige documentaire.

De film is opgebouwd rond een mindmap die geleidelijk aan opgetekend wordt. Aan de hand van een vijftiental kernwoorden en de onderlinge relatie tussen deze, worden zowel de geschiedenis als de evolutie van de Straight Edge-beweging geschetst. Bij elk nieuw kernwoord wordt een cruciale zanger/persoon/band aan het woord gelaten om zijn/haar/hun bevindingen omtrent dat kernwoord en/of Straight Edge in het algemeen te verhalen. Het was ietwat openbarend te ontdekken dat de geïnterviewden er toch redelijk uiteenlopende ideeën op na houden.

Zo doet Ray Cappo zijn relaas. Cappo, beter bekend als Ray of Today, is de voormalige zanger van – voor de Edge-beweging – fundamentele bands als Youth of Today, Shelter en Better than a Thousand en is een persoonlijk jeugdicoon van mij. Cappo, momenteel actief als yogaleraar in Los Angeles, is nog steeds vegetariër en lid van de Hare Krishna-beweging, een Amerikaanse invulling van het hindoeïsme. Hoewel jarenlang een devote Edger, distantieert Cappo zich nu volledig van tot wat de Straight Edge-beweging is uitgegroeid. Hoewel hij nog steeds geen drugs noch sigaretten aanraakt, geeft hij in de film toe af en toe te kunnen genieten van een glaasje wijn. Cappo ziet dit echter niet als een verloochening van zijn roots, maar als een nieuwe, persoonlijke invulling van zijn gedachtegoed. Hij ziet Straight Edge nog steeds als een idee, een persoonlijke denkwijze, geenszins als een beweging of ideologie.

Patrick Flynn, voormalig zanger van Have Heart, is iets radicaler in zijn opvattingen over Straight Edge. Voor Flynn is Edge zijn een goed doordachte keuze die iemand in zijn leven maakt en, eens men de stap gezet heeft, is men er een levenlang aan gebonden. Flynn is al sinds zijn puberteit Edge, maar werd pas een echt fanatieke aanhanger toen hij aan zijn hogere studies begon. Hij kon zich niet vinden in de typisch Amerikaanse fraternitycultuur, met haar zuippartijen en uitermate losbandige feestjes. Zo vermeldt hij een anekdote over een Thirsty Thursday, waar er in een ziekenhuis door het verplegend personeel niet omgekeken werd naar een meisje dat zichzelf onderkotste en volkomen beneveld uit haar rolstoel viel, omdat het in dat ziekenhuis een geheel ingebakken donderdagritueel was, iets dat hij absoluut niet kan bevatten. Flynn heeft in tussentijd zijn studies afgerond en heeft ambities om leerkracht te worden.

De meest radicale onder de geïnterviewden is ongetwijfeld Karl Buechner, zanger van Earth Crisis en Freya. Deze man ademt, zweet en bloedt Straight Edge. Zijn passie voor veganisme, dierenrechten en Straight Edge, komen sterk tot uiting in zijn militante liedjesteksten, zijn werk voor PETA – een ietwat militante dierenrechtenorganisatie – en zijn toespraken op prominente seminaries. Straight Edge is voor Buechner een bevrijdende levenswijze, dé manier van leven. Hij verheerlijkt zijn Edge-opvattingen zodanig dat hij er zelfs sacrale waarde aan hecht.

Uiteraard kan je geen film over Straight Edge maken zonder haar grondlegger, haar geestelijke vader aan het woord te laten. Ian MacKaye ontketende ongewild de Straight Edge-beweging nadat hij, samen met zijn band Minor Threat, het leven schonk aan het liedje Straight Edge. MacKaye heeft zich reeds bij haar ontstaan gedistantieerd van de Edge-beweging. Hij heeft nooit de intentie gehad een beweging te starten. Met het liedje Straight Edge poogde MacKaye de persoonlijke drugvrije invulling van zijn leven te verhalen en spuide hij kritiek op de Sex, Drugs and Rock ’n Roll-mentaliteit van de jaren ’60 die hij zo verachtte. Het feit dat Straight Edge door mensen als een levensstijl, een filosofie of een beweging met een aantal vastgelegde regels wordt opgevat, vindt hij totaal absurd. MacKaye vindt een drugvrij bestaan simpelweg een logische manier van leven, terwijl hij zich superieur noch inferieur aan iemand anders voelt. Volgens MacKaye is de nadruk die hij in zijn lied op individualiteit legde compleet verloren gegaan in de huidige Straight Edge-beweging.

De 47-jarige MacKaye is nog steeds Edge en leeft een sereen en sober bestaan. Dat siert hem zo. Na al die jaren is hij nog steeds trouw aan de hardcore punkopvattingen die hij in zijn jeugd adopteerde. Naast Minor Threat, speelde MacKaye ook nog in Fugazi en Embrace en zingt hij momenteel in een band genaamd The Evens.

Verder getuigen nog: Kent McClard (zaakvoerder van Ebullition Records), Peter Young (dierenrechtenactivist), Priyesh Patel (student milieustudies), Dr. Ross Haenfler (een assistent-professor in de sociologie aan de universiteit van Mississippi), Eva ‘Genie’ Hall (voormalige zangeres van Gather), Bull Gervasi (voormalige zanger van R.A.M.B.O.), Russ Rankin (voormalige zanger van Good Riddance en huidige zanger van Only Crime) en de piepjonge Taylor Clements, die de eerste Vegan Edge profwielrenner wil worden.

Filmisch gezien scheert Edge – Perspectives on Drug Free Culture geen hoge toppen. Het amateurisme druipt ervan af: veel statische shots zijn met een onvaste hand gefilmd en de geïnterviewden vervallen dikwijls in overacting. Niet onlogisch uiteindelijk, gezien geen van hen acteerervaring heeft. Maar dit bleek allemaal niet storend te zijn. Verder duurt de film 82 minuten, wat 8 minuten minder lang is dan de gemiddelde Hollywood(kut)film, en eindigt de film naar mijn gevoel wel heel abrupt.

De film wist ook mijn verwachtingen niet geheel in te lossen. Ik had me verwacht aan een veel diepgaandere en uitgebreidere documentaire, één die zou kunnen tippen aan de Inside: Straight Edge-documentaire van National Geographic. Maar uiteindelijk zijn Kirchner en Pierschel er wel in geslaagd een correct beeld te schetsen van de Straight Edge-beweging en is het een aanrader voor wie zich in het onderwerp wil verdiepen.

Na de vertoning, die plaats vond in het Buda cultuurcentrum in Kortrijk, boden Kirchner en Pierschel het publiek de gelegenheid vragen te stellen. Ik had me al verwacht aan voor de hand liggende vragen als “Why did you guys make the movie?” en “When will it appear on dvd?”, en poogde uiteindelijk zelf een beetje dieper te spitten. Maar op mijn vraag “You merely portray people who are Straight Edge in the movie. Why didn’t you include the opinion or views of people who aren’t Straight Edge?” wist het duo niet direct te antwoorden. Het leek zelfs even alsof de micro die ze in hun handen hadden een vervloekt duivelstuig was waar ze zo snel mogelijk vanaf moesten geraken. Dit tot groot jolijt bij het publiek, maar een beetje schaamte van mijnentwege. Uiteindelijk wist de heer Kirchner me dan toch van een voldoend antwoord te voorzien en bedankte het duo iedereen die hen bij de vertoning had geholpen.

En dan nog de hamvraag: ben ik Straight Edge?

Nee, dat ben ik niet.

Maar ik vind het een nobel en nastrevenswaardig doel. Zelf put ik veel kracht uit hardcore- en Straight Edge-opvattingen en trek ik er lessen uit die ik in het dagelijks leven tracht toe te passen. Zo rook ik niet en blijven drugs een ver-van-mijn-bedshow. Alcohol consumeer ik echter wel, sporadisch en met mate. En de ervaring van de voorbije twee jaar leert me dat elk pintje dat ik niet drink of elke avond die ik niet in benevelde toestand doorbreng me helpen bij mijn zoektocht naar mezelf, me helpen de dingen beter in perspectief te plaatsen en me helpen het hoofd te bieden aan de zorgen die mijn hoofd teisteren in plaats van ervan weg te vluchten.

Zelfcontrole boven escapisme.

Ben ik dan hypocriet, nep, een wannabe?

Dat laat ik in het midden.

And in the end, you don’t have to be edge to see things straight…

Jelle Laurijssen


Andrew Sullivan, Why I Blog, The Alantic


“And so blogging found its own answer to the defensive counterblast from the journalistic establishment. To the charges of inaccuracy and unprofessionalism, bloggers could point to the fierce, immediate scrutiny of their readers. Unlike newspapers, which would eventually publish corrections in a box of printed spinach far from the original error, bloggers had to walk the walk of self-correction in the same space and in the same format as the original screwup. The form was more accountable, not less, because there is nothing more conducive to professionalism than being publicly humiliated for sloppiness. Of course, a blogger could ignore an error or simply refuse to acknowledge mistakes. But if he persisted, he would be razzed by competitors and assailed by commenters and abandoned by readers. In an era when the traditional media found itself beset by scandals as disparate as Stephen Glass, Jayson Blair, and Dan Rather, bloggers survived the first assault on their worth. In time, in fact, the high standards expected of well-trafficked bloggers spilled over into greater accountability, transparency, and punctiliousness among the media powers that were. Even New York Times columnists were forced to admit when they had been wrong. “ – Andrew Sullivan, Why I Blog, The Alantic

Hier heeft Andrew Sullivan een punt. Rechtstreekse en directe kritiek van je doelgroep of lezers is inderdaad bevorderlijk voor je professionalisme. Een blogger kan zich, in tegenstelling tot een columnist of redacteur, niet schuilhouden in de ivoren toren van een redactie en zo ongevoelig blijven voor onmiddellijke en kritische beoordeling van het lezerspubliek. Daar leer je niets uit. Een blogger wandelt tussen het plebs. Hij staat rechtstreeks in contact met zijn lezers en er bestaat een wisselwerking tussen de twee.

Het feit dat een blogger zo dicht bij zijn lezers staat, maakt hem kwetsbaar. Hij kan zich simpelweg geen fouten of ongefundeerde aantijgingen veroorloven, want dan wordt hij overladen met kritiek en dreigt zijn lezerspubliek te slinken. Maar net die kwetsbaarheid dwingt hem professioneler te werk te gaan. Het dwingt hem goed te overwegen en te onderzoeken wat hij publiceert. Dat maakt vakkundig bloggen zo professioneel.

Jelle Laurijssen


Akkerpop Contest 2009

Op 28 november 2009 vond de vijfde editie van Akkerpop Contest plaats in jeugdhuis Mussenakker in Meer.

Een kleine schets voor diegenen die niet bekend zijn met het concept:

Akkerpop Contest is de voorbode van het Akkerpopfestival dat iedere zomer tijdens het laatste weekend van augustus plaatsvindt in Meer, een deelgemeente van Hoogstraten. Het idee voor deze wedstrijd is ontstaan vanuit het toenmalige Akkerpopbestuur en wordt al sinds het begin georganiseerd door het olijke trio Nick Lauryssen, Steve Strybos en ik.

Oorspronkelijk wilden wij via deze wedstrijd kleinere, lokale bands de gelegenheid geven om het Akkerpoppodium te bestijgen. Niets leuker dan voor eigen volk spelen, toch? En de naam “Akkerpop” op je curriculum vitae hebben staan prijken, bevordert alleen maar het prestige van een band, met bijhorende speelgelegenheid. Maar de Noorderkempenput geraakte leeggevist en zodoende hebben we ons doelpubliek iets verruimd. Het is gebleken dat dit de kwaliteit van de deelnemende bands enkel bevorderde!

De twee winnaars van dit rockconcours worden ieder jaar verkozen aan de hand van publieksstemmen en een driekoppige jury van muziekdeskundigen.

Het Akkerpopfestival zelf bestaat uit twee podia: een Mainstage, waar ietwat toegankelijkere muziek gespeeld wordt, gaande van rootsrock, over ska, tot blues en stevige rock ’n roll; en een Corestage, waar steeds hard- en metalcorebands het beste van zichzelf geven.

Namen als Herman Brood and his Wild Romance, The Scabs, Doctor Feelgood, The Wailers, Willy Deville, The Specials, The Kids, Mark Foggo’s Skasters, Smokestack Lightnin’, The Hickey Underworld en The Toasters hebben de Mainstage al eens mogen afsluiten. Bands als Funeral Dress, Belgian Asociality, Gwar, Ryker’s, No Redeeming Social Value, Blood for Blood, Angelcrew, Clobberin’ Time, Enemy Ground, The Dying, Spoil Engine en Shelter hebben de Corestage, die steevast in het jeugdhuis zelf ingericht wordt, al eens afgebroken.

Deze editie van Akkerpop Contest begon traditiegetrouw met het veel te laat verschijnen van Nick, die de erop volgende dag tijdens het opkuisen van het jeugdhuis ook nergens te bespeuren was. Maar uiteindelijk zijn we niet anders van de slungel gewend.

Het jurywerk zou dit jaar verzorgd worden door Steve Strybos, Stef Kimpe en ik. Steve heeft een beduidend aantal jaren muziekschool achter de kiezen en beheerst vrijwel elk instrument dat de wereld van de percussie te bieden heeft. Hij speelt in een thrash metalband genaamd Alcoholic Nightmare, maar heeft daarnaast een brede muzieksmaak.

Stef is een bestuurslid van VZW ’t Slot, een naburig en bevriend jeugdhuis. Ook Stef heeft een uitgebreide muzieksmaak en is dankzij zijn uitgebreide en uiteenlopende muziekkennis volmaakt capabel een band naar waarde te beoordelen. Hij heeft menig Akkerpopeditites meegemaakt en weet daardoor perfect wat er op de Akkerpoppodia thuis hoort en wat niet.

De wedstrijd werd om 14.00 uur aangevangen door Hellchief. Hoewel er nagenoeg nog geen publiek was om hen te aanschouwen, zette dit Limburgse kwartet direct de toon met een combinatie van speedrock, metal en een dreunende baslijn die door merg een been ging. Ook de zanger was niet bang om verschillende zangstijlen te combineren, maar slaagde hier behoorlijk in. Deze energieke dertigers gingen volledig op in hun muziek, wat hun show, in combinatie met de nodige podiumhumor tussen de verschillende nummers door, een streling voor oog en oor maakte. De drum werd bij momenten wat repetitief, maar daar was gedurende het tweede deel van hun set niets meer van te bespeuren. Toegegeven, we hadden een vertekend beeld van deze band, omdat we ons in de preselectie moesten baseren op de ietwat fletse nummers die we op de Myspace van de band konden terugvinden, maar live is dit een muur van geluid. Het was overigens nog maar het vierde of vijfde optreden van de bruten en ze zijn inmiddels bezig aan nieuwe opnames. Dat we het laatste nog niet gezien hebben van Hellchief is een zekerheid!

Vervolgens besteeg Enough Said de bühne. Deze jonge snaken uit Wuustwezel brachten beatdown hardcore met hier en daar een riff die New York hardcore-invloeden verraadde. Geenszins vernieuwend dus. Maar het mag gezegd worden: het viertal is goed op elkaar ingespeeld en gitarist Jan speelt behoorlijk strak. Het dertien-in-een-dozijngevoel dat we bij deze band echter hadden, werd versterkt door de podiumprésence van de jonge bassist die ogenschijnlijk ietwat ongeïnteresseerd op het podium stond. Maar dit weerhield de naar Meer afgezakte aanhang van de geweldenaars er niet van het jeugdhuis in een mum van tijd om te vormen tot een ware oorlogszone. Er werd behoorlijk wat afgemosht en getwostept. Persoonlijk vond ik de zanger pokkearrogant. Maar dat zal bij het genre passen?

Daarna zorgde het Berchemse Sista Flex voor een complete stijlbreuk met een funky mix van poprock, jazz en een zweem van 80’s rock. Wat een succes! Deze uitermate getalenteerde formatie wist mij volledig te bekoren met haar gevarieerde songs, prachtige solo’s van de op leeftijd zijnde gitarist Jan en de zeemzoete stem van zangeres Anouk. Hun hele set was ook afgewerkt tot een swingende en af en toe melancholische continuïteit zonder te veel vervelende pauzes of bindteksten tussen de liedjes door. Voor mij was het na Sista Flex al meteen duidelijk dat de concurrentie wel heel sterk uit de hoek zou moeten komen om dit unicum te kunnen overtreffen.

Toen was het weer tijd voor wat ruiger werk, met het Oost-Vlaamse Once and for All. Metalcore zoals het moet, gebracht met de nodige toets arrogantie. Deze explosie van geweld en energie maakte van het geheel een zeer indrukwekkende show. Uit het enthousiasme en de energie die alle bandleden en zeker de hyperkinetische zanger in hun muziek leggen, kunnen nog veel bands leren! Hun gewelddadige set, versterkt met een uitermate geslaagde Hoodscover, rolde als een pletwals over het aanwezige volk heen. Ik denk niet dat hun optreden iemand onberoerd heeft gelaten, al dan niet in positieve zin.

Als vijfde band van de avond trad het Nederlandse Lugosi aan. Met een combinatie van speedrock, rockabilly, twee elkaar goed aanvullende zanglijnen en een explosieve show grepen ze direct mijn aandacht. Deze verslapte echter toen hun liedjes me wat te repetitief begonnen over te komen en na een tijdje bleek dat de eigenlijke zanger overstemd werd door de rauwe stem van de bassist. Geenszins een slechte band, maar het bleek geen concurrentie te zijn voor eerder aangetreden bands.

Terug tijd voor wat hardcore. Maar deze keer niet van het arrogante en uitermate agressieve type. Accept the Change uit Sint-Jozef bracht moderne hardcore zoals het moet: melodisch, sober en doordrongen van melancholie. Je merkt dat de zanger volledig opgaat in zijn teksten en ze als het ware leeft. Dat resulteerde in een zeer overtuigend en krachtig optreden. Deze gedrevenheid en enthousiasme waren echter geenszins te bespeuren in de bassist en de gitaristen die nogal onbeweeglijk op het podium stonden. Gelukkig overstemde de pertinent aanwezige zanger dit ruimschoots. De zanger bleek wel af en toe wat kracht in zijn stem te verliezen waardoor hij dikwijls verviel in een onverstaanbaar gemompel. Al bij al een redelijk getalenteerde band die het nog ver zal schoppen.

Het daarop volgende trio dat onder de naam Rude Mood het podium besteeg bracht blues van de bovenste plank. Wat was me dat zeg! De drie slungelige jonge snaken bezaten een gitaar-, bas- en drumvaardigheid die de ganse avond ongeëvenaard zou blijven en waren bovendien perfect op elkaar ingespeeld. De melancholische, bruine en vettige bluesnummers die ze brachten waren doorspekt van geïmproviseerde gitaar-, bas- en mondharmonicasolo’s die stuk voor stuk getuigden van pure genialiteit. Maar af en toe durfden ze hierin te overdrijven en werden de liedjes, die ieder 8-12 minuten lang waren, een tikkeltje monotoon. De bassist baste overigens met zijn vingers en niet met een plectrum, wat ik steeds een meerwaarde vind! Voor mij was dit met verve de band van de avond, maar of ze wel binnen het Akkerpopkader passen werd tijdens de juryevaluatie zwaar betwist.

Tijd voor nummer acht van de dag: Ankalima. Deze band verdiende de prijs voor langste soundcheck in de geschiedenis van de Mussenakker. Maar hun geluid zat dan ook nagenoeg perfect. Ik had me verwacht aan een stevigere rockband, maar Ankalima bleek eerder een opgekuiste, luchtigere vorm van het genre te brengen. Op zich geen probleem, want ze zijn goed in wat ze doen. De samenzang tussen zanger en bassist was bijzonder geslaagd en de ganse band bleek over heel wat talent te beschikken. Hun optreden miste echter wat energie en werd daardoor naar het einde toe een beetje eenheidsworst.

Na Ankalima had ik een opkikker nodig, een portie brutaal geweld die me uit mijn roes moest doen ontwaken. The Noisy Bastards slaagden hier glansrijk in! Eindelijk die rock ’n roll met ballen die volledig past in de geschiedenis van de Mussenakker: arrogant, rauw en lekker vettig! Met een sigaret in de mond, de nodige podiumhumor en een blonde Leffe op zijn versterker begon de zanger van wal te steken. Geweldig om te zien. Ook de bassist van The Noisy Bastards baste afwisselend met vingers en plectrum, wat mij, zoals eerder vermeld, enorm kan bekoren. Bas speel je immers met je vingers!

All I Know sloot een bijzonder geslaagde avond af en bracht naar eigen zeggen 80’s rock. Ze slaagden hier zeer goed in, maar de vele moderne invloeden waren niet te negeren en waren zelfs af en toe een beetje storend. Ondanks het zeer overtuigende en energieke optreden van deze Kortrijkenaars, bleef het publiek nagenoeg onberoerd door hun met hoge stemmen ondersteunde hardrockset. All I Know was een klassiek voorbeeld van een enorm getalenteerde band die op het foute podium terecht was gekomen. De zangers met gelakte nagels, de sjaaltjes rond hun nek en statief, het kleine fortuin aan materiaal waaronder het Mussenakkerpodium kreunde. Nee, dat hoort allemaal niet thuis in een bruine kroeg als de Mussenakker, eerder in het Sportpaleis. Het staat vast dat deze band het nog gaat maken (in hoeverre ze het nog niet gemaakt hebben), maar dat zal niet in de Mussenakker zijn.

Na de set van All I Know (ocharme ook de bassiste, die de platvloerse opmerkingen die ze naar het hoofd geslingerd kreeg van de met bloeddoorlopen ogen geilende en naar alcohol meurende mannenmassa met waardigheid tartte) trok de jury zich terug om uiteindelijk met volgend resultaat naar buiten te komen:

-         Winnaar van de juryprijs: Sista Flex

-         Winnaar van de publieksprijs: The Noisy Bastards

-         Openers van de corestage: Once and for All

Concluderend kan ik zeggen dat het tot dusver de meest talentrijke editie van Akkerpop Contest was. Ik kijk al uit naar deze zomer, want de volgende editie van Akkerpop belooft weer een enorm succes te worden! U komt toch ook hoop ik?

Jelle Laurijssen



Researchverslag  1

Wat mijn eerste researchverslag betreft kan ik zeer kort zijn: Darah heeft het internet afgeschuimd op zoek naar relevante websites, Robbe heeft Mediargus geraadpleegd en het was mijn taak om de lokale bevolking aan wat vragen te onderwerpen. Maar na het opstootje van voorbije woensdag heb ik het De Coninckplein gelaten voor wat het is, een te mijden stukje Koekenstad.

Volgende week onderneem ik vol herbronde moed een nieuwe poging.

Jelle Laurijssen


Verloren zielen, gevangenen van een verloederend plein

Woensdagnamiddag zijn Darah en ik naar het Antwerpse De Coninckplein getrokken om er de sfeer op te snuiven en er kennis te maken met de lokale bevolking. Tijdens de dagen die aan dit bezoek vooraf gingen, hadden Robbe en ik ietwat gekscherend het voor haar nog onbekende De Coninckplein met al haar stereotypen geschetst. Darah verwachtte zich dus al aan het ergste. Ik daarentegen was er steevast van overtuigd dat al de wilde en zelfs ietwat macabere verhalen die over dit beruchte plein de ronde doen slechts buiten proportie geblazen vertelsels zijn van mensen die hopeloos op zoek zijn naar een zinvolle invulling van hun vrije tijd, maar hier niet lijken in te slagen. Je weet wel wie ik bedoel. Het type mens dat elk landelijk dorpje huisvest. Het type mens dat iedereen lijkt te kennen, maar dat zo argwanend tegenover het ongekende staat dat het er enkel met kwade, doch fantasierijke tong over praat. Als elk dorpje zo’n mensen herbergt, dan zullen zij ook in grote getale vertegenwoordigd zijn in een metropool als Antwerpen, niet?

Maar mijn voet had nog maar een eerste stap gewaagd op de door urine verdronken kasseistraat van het plein of de ironie sloeg mijn naïviteit al aan diggelen met een heuse voorhamer. De alles overheersende urinestank, de bedreigende en beklemmende sfeer en de priemende ogen waarin de vraag “Wie zijn jullie en wat komen jullie in godsnaam doen hier?” brandde, zorgden stuk voor stuk voor een moment van totale ontnuchtering. Ik maakte me geen illusies meer: dit is het koninkrijk van de afvalligen. Het paradijs van de gebluste zielen. Het toevluchtsoord van de paria’s die de moordende tred van onze samenleving niet kunnen of willen volgen. Vogelvrije mensen die beperkt zijn tot dit kleine verloederende stukje stad.

Het zou geen moeilijke opdracht blijken een goede, aangrijpende impressiefoto te maken. Ik had inspiratie genoeg: de verkrottende woningen die in schril contrast staan met het moderne bibliotheekgebouw, het openbare urinoir dat tot de rand gevuld was en bij ieder toiletbezoek steeds meer urine over de straatstenen deed gutsen of de opvallend hoge aanwezigheid van de politiediensten. Maar in mijn ogen zou een foto van de lokale bevolking (ik gebruik het woord  bevolking omdat zwerver zo’n pejoratieve connotatie heeft en dakloze dan weer te veel medelijden opwekt) een perfect beeld weergeven van het reilen en zeilen op het De Coninckplein. Uiteraard was niemand van deze schare uiteenlopende benevelde persoonlijkheden bereid zijn contouren op film vast te laten leggen. Daarom trachtte ik het subtiel en met de zoomfunctie van mijn cameratoestel vanuit een uithoek van het plein te doen. Maar wat was ik naïef te geloven dat ik hier ongemerkt mee weg zou geraken.

Zoals op de foto te zien is, is de derde persoon van links (gehuld in een rood t-shirt en blauwe vest, vergezeld van een blik bier en zijn trouwe viervoeter) al bedreigend naar mij aan het gesticuleren. Dit ging gepaard met getier, dat ik van op die afstand niet kon verstaan. Maar ik had de hint begrepen en begon ogenschijnlijk onschuldig weg te wandelen. De persoon in het rood kwam echter mijn richting uitgewandeld en verzocht een andere persoon, die zich aan mijn kant van het plein bevond, mij tegen te houden. Deze gehoorzaamde en klampte me aan bij de bovenarm. Een beetje van mijn stuk wrikte ik mijn arm los en vroeg wat het probleem was.

Lokale bevolking van het De Coninckplein

Hierop volgde het volgende gesprek:

- Persoon die me vastklampte: “Wacht jij maar eens even hier mannetje.”

* Ik: “Waarom?”

- Persoon die ik gefotografeerd heb: “Ik wil niet dat je foto’s van mij staat te trekken!”

* Ik: “Ik ben geen foto’s van u aan het trekken. Ik ben foto’s van de omgeving aan het trekken.”

- Persoon die ik gefotografeerd heb: “Ah ja? Mag ik eens zien dan?”

* Ik (enorm achterdochtig, de camera in mijn broekzak stekend en er aan vastklampend): “Nee.”

- Persoon die ik gefotografeerd heb: “Luister eens goed hé vriend, ik wil niet dat je foto’s van mij staat te trekken!”

* Ik: “Gast, ik sta geen foto’s van u te trekken maar van de omgeving!”

- Persoon die ik gefotografeerd heb: “Waarom dan?”

* Ik: “Voor een schoolopdracht.”

- Persoon die ik gefotografeerd heb: “Ah, voor een schoolopdracht. Allez vooruit dan.”

Uiteraard vond deze kleine woordenwisseling in het Kempens van mijnentwege en in het Antwerps en met door alcohol verlamde lippen en bloeddoorlopen ogen van de zijde van de gefotografeerde persoon plaats.

Gelukkig wandelde de gepikeerde local hierop terug naar zijn vriendenkring en wachtte ik de terugkomst van Darah af, terwijl een zweem van angst en adrenaline door mijn lijf gierde. Vervolgens lieten Darah en ik het De Coninckplein voor wat het was en keerden huiswaarts.

Na deze eerste kennismaking sta ik toch ietwat weifelachtig tegenover de opdracht die ons rest om beter kennis te maken met de buurtbewoners van het ons toegewezen plein. Maar langs de andere kant ben ik ervan overtuigd dat het De Coninckplein nog een zeer interessante geschiedenis verborgen houdt.

Ik ben benieuwd.

Jelle Laurijssen


Your friends say Boston’s beautiful…

 

“Het is 18 juli. Half twaalf ‘s avonds om exact te zijn. De zon heeft zich inmiddels verscholen en ons verlost van haar schroeiende broeierigheid. Maar deze broeierigheid was de voorbode van de storm die op het punt staat los te barsten in deze tent. Het tweede, kleinere podium van Rock Herk dreigt uit te groeien tot het strijdtoneel waar dadelijk een heuse veldslag zal losbarsten. Ik heb me verankerd aan de nadarhekken die op een tweetal meter van het podium zijn geplaatst, mijn knokkels slaan wit uit. Ik ben vastberaden geen centimeter te wijken van de plaats die ik nu inneem. Ik ben me van niets bewust, niet van de immense mensenmassa die zich achter mij heeft geschaard in afwachting van de naderende strijd, niet van het securityteam dat tussen het podium en de nadarhekken heeft plaatsgenomen, volledig op haar hoede en zich voorbereidend op de komende kolkende mensenmassa die zij in goede banen zal trachten te leiden. Een onbegonnen taak zal blijken. Lisa probeert mijn aandacht te trekken door haar vrolijke zelf te zijn. Hoogstraten heeft zich wat verderop verzameld, haar eigen rumoerige doch plezante zelf zijnde. Sint-Jozef flankeert me en probeert, de spanning op mijn gezicht lezend, me wat aan het lachen te brengen zoals het dat altijd probeert te doen. Maar niets daarvan is gewenst op dit moment. Mijn blik is gefixeerd op wat er allemaal gaande is op het podium. Gitaren worden gestemd, drums worden afgesteld, blikken en glimlachen worden uitgewisseld. De spanning is te snijden. “Dit is je laatste kans!”, blijft het maar door mijn hoofd galmen. “Dit is je laatste kans!” Ik hunker naar het vallen van de openingszin en het aanslaan van het eerste powerakkoord. Ik heb nog nooit zo hard naar iets gesmacht. Wat enkele minuten moet geweest zijn, leek wel uren te duren. Mijn ongeduld begint mijn gezicht te vertekenen en ik begin steeds harder op mijn lip te bijten. Ik merk iets op in de lucht. Naast stof en zweet merk ik ook een doordringende zweem van adrenaline. Ik ben duidelijk niet de enige die hunkerend op zijn portie ontlading zit te wachten. Net wanneer ik dreig door te slaan, galmen Patrick Flynns eerste woorden door de ruimte, verder gedragen door de wind tot achter in de tent. “STRAIGHT EDGE ISN’T COOL ANYMORE!”, gevolgd door een snerpende gitaar vormen het oorverdovende startschot. Mijn laatste kans op volledige ontlading is zonet aangebroken…”

Patrick Flynn - Have Heart - Rock Herk 2009

Patrick Flynn - Have Heart - Rock Herk 2009

Zoals eerder vermeld, vormde Rock Herk de laatste keer dat ik Have Heart zou kunnen aanschouwen. Net als toen Verse er plotsklaps mee kapte, sloeg het nieuws van het einde van Have Heart bij mij in als een heuse atoombom. Gelukkig zouden zij, in tegenstelling tot Verse, nog een afscheidstournee organiseren. Ik bekeek de tourkalender en zag dat ze slechts twee shows in België zouden spelen, waar ik er zelfs slechts één van zou kunnen bijwonen! Alle gemaakte plannen voor die dag waren dus snel van de baan geschoven en, vergezeld van een Kortrijkse schone, ben ik die dag met de trein naar het Limburgse Herk-de-stad afgereisd, waar Have Heart als afsluiter op het corepodium van Rock Herk het beste van zichzelf zou geven.

De dag zelf begon een beetje in mineur. Een communicatiefout zorgde ervoor dat ik drie uur te vroeg in het station van Antwerpen Centraal arriveerde. Ik had slechts een korte nachtrust van vier uurtjes achter de rug, dus mijn beruchte ochtendhumeur had me de ganse weg naar daar vergezeld. Om het nog wat erger te maken stond in de inkomhal, waar Lisa en ik elkaar zouden treffen, een dj hels kabaal te maken en stond een stelletje aandachtshoeren en in hun tweede jeugd verkerende veertigers in pyjama gehuld elkaar te bekampen met kussens om een of andere hotelketen te promoten. Hun uitnodigingen om hen te vervoegen werden beantwoord met een norse blik van mijnentwege en het duurde niet lang voor ik het station achter me liet en een verkwikkende wandeling door de stad maakte. Drie uur later arriveerde Lisa dan, vergezeld door twee andere vrolijke Kortrijkse persoonlijkheden. Het was een aangenaam wederzien, maar het merendeel van de heenreis heb ik uit pure vermoeidheid al slapend doorgebracht.

In Herk-de-stad aangekomen baanden we ons een weg tussen de tenten die door de vele festivalbezoekers op camping B neergepoot waren. Op camping B vond tijdens het opstellen van de tent dan de tweede tegenslag plaats: Lisa was het buitenzeil van haar tent in het verre Kortrijk vergeten. Een kleine domper op de feestvreugde, maar lang kon ik niet kwaad blijven op die frêle vrouwelijke gedaante met haar snedige mond. Na wat eten en drinken te hebben soldaat gemaakt en een praatje met een van onze vertrekkende buren gedaan te hebben trokken we naar de festivalweide. Lang duurde het niet voor ons kwartet zich opsplitste in Lisa en ik; en dat andere Kortrijkse koppeltje waarvan ik u de namen verschuldigd moet blijven (mea culpa). Onze interesses lagen meer bij de corestage en die van hen bij de mainstage, waar artiesten als The Hickey Underworld, The Teenagers, Woven Hand en Hadouken te bezichtigen waren.

Op de corestage vormden We’rewolves, Teenage Lust, Drums are for Parades, Shipwreck A.D., The Black Heart Rebellion en Rise and Fall de perfecte opwarmers, maar mijn verlangen naar Have Heart overstemde mijn aandacht voor die bands een beetje, wat ertoe leidde dat ik niet ten volle van deze bands heb kunnen genieten. Dat verlangen werd alleen maar versterkt door het optreden van het immens arrogante en afschuwelijke The Casting Out dat op deze waaier van bands volgde. Maar ik moest dit gedrocht van een optreden wel uitzitten, want ik moest en zou vooraan staan tijdens de set van Have Heart.

En toen was het de beurt aan mijn favoriet van de avond, de echte reden waarom ik naar het verre Limburg was afgereisd. En het bleek wederom de trip volledig waard te zijn! Mijn kapotte stem, baden in mijn eigen zweet, andermans bloed op mijn uitgerekte trui en kleren die onder het stof bedolven waren, vormden stuk voor stuk doorslaand bewijs van wederom een geweldig optreden. Het feit dat het het laatste optreden was dat ik van hen kon bijwonen maakte het nog tien keer specialer. Het was tevens ook de eerste keer dat ik hen een bisnummer heb zien spelen. Dat zal bij wijze van toemaatje en uiting van hun dank jegens hun schare trouwe fans die uitzinnig tekeer gingen tijdens hun set geweest zijn. De security had haar handen vol! Het hoogtepunt van hun optreden voor mij, om er een uit de vele te moeten kiezen, was toen ik, bedolven onder een berg torso’s en ledematen, opklom tot ik me ter hoogte van Patrick Flynn (de zanger) bevond, deze mijn immense krachtinspanning opmerkte en zijn micro zowat in mijn strot ramde om met hem mee te kunnen brullen. Hun optreden wekte zoals gewoonlijk een heel gamma aan emoties bij mij op en bood me de kans alles van me af te schudden. Volledige ontlading. Pure catharsis. Ik keerde als een herboren mens huiswaarts.

Patrick Flynn - Have Heart - Rock Herk 2009

Patrick Flynn - Have Heart - Rock Herk 2009

Want dat is wat me zo aanspreekt in Have Heart: hun muziek en vooral Patrick Flynns teksten breken met de eenheidsworst die hardcore geworden is. Zij zijn volledig zichzelf in hun muziek. Zij moeten geen tough guy attitude adopteren om geloofwaardig over te komen. De persoonlijkheid, doordachtheid en lyrische genialiteit die Patrick Flynn in zijn teksten legt blijven tot op heden ongeëvenaard. Van de ruwe diamant What Counts, over het militante The Things We Carry, tot het melancholische en melodische Songs to Scream at the Sun: ik herken me sterk in al hun muziek.

Het is ontegensprekelijk dat deze band me deels gevormd heeft en een grote invloed heeft gehad op mijn manier van leven. Afscheid moeten nemen van Have Heart viel zwaar, maar het doet deugd te weten dat ik nog steeds moed en kracht kan putten uit wat dit bewonderenswaardige kwintet heeft voortgebracht.

Terwijl ik dit typ op mijn kamer bij helse temperaturen, knalt het liedje Bostons door de boxen van mijn stereo en heb ik me gehuld in een veel te warme Have Heart longsleeve die ik de avond van Rock Herk nog heb opgepikt bij het merchkraampje. Maar ik weiger het uit te trekken, want het doet me ieder Have Heart optreden herbeleven. Want dat waren ze stuk voor stuk: memorabel…

Jelle Laurijssen

 

 

Patrick Flynn - Have Heart - Rock Herk 2009

Patrick Flynn - Have Heart - Rock Herk 2009

 

 

 

“It’s the absent minded fool who’s afraid to think, to extend an open hand, to dare to earn a thing. It’s the gift inside your head you can’t take for granted because an unexamined life is a seed unplanted. As the animals, they can’t reason, but as humans we can. So are you just a wild animal or a rational man? Our bodies take you nowhere, might does not make right. There’s a gift inside your head called YOUR MIND!” – Patrick Flynn, Have Heart




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.