No Comment
Metaverslaggeving, dat is de term waarin ik de documentaire No Comment volledig zou kunnen bevatten. No Comment portretteert de manier waarop wetstraatjournalisten de nu al meer dan een jaar aanslepende regeringsonderhandelingen in beeld hebben gebracht en de parasitaire, zelfs agressieve vorm dat dat kon aannemen. Heuse roedels journalisten met bijhorende cameralui, geluidstechnici en fotografen stortten zich als uitgehongerde wolven op hun langverwachte, politiek bedrijvende prooi om uiteindelijk met lege magen weer te moeten afdruipen. Politici, medewerkers en woordvoerders deelden niets mee over de gang van zaken of konden simpelweg niets meedelen omdat de onderhandelingen al zo lang, te lang verzand waren. Vandaar ook No Comment, de titel van de documentaire.
Dat gebrek aan communicatie leidde tot een gebrek aan informatie, dat de journalisten op hun beurt naar de burger moesten vertalen. De non-communicatie bleef aanhouden, waardoor dat communiceren van een gebrek aan informatie naar de burger toe ronduit absurde en lachwekkende vormen aannam. Dagelijks werd de creativiteit van ganse redacties aangewend om hetzelfde bericht in een nieuw kleedje te stoppen opdat het toch door de consument gelezen zou worden: Vandaag is er, net zoals gisteren, nog steeds niets veranderd.
Tekenend is de verveling die de wetstraatjournalist moet doorstaan in afwachting van de komst van een mogelijke interviewee, een interviewee waarvan de journalist eigenlijk niet eens zeker is of deze informatie heeft om te delen. De verveling, de deadlines, de stress, de onzekerheid, de lange dagen, het nacht- en weekendwerk: stuk voor stuk tonen ze aan dat de journalistieke wereld een harde wereld is. Voor journalistiek moet je in de wieg gelegd zijn, want het is geen nine-to-five job waar je je ’s ochtends heen moet sleuren, maar die je na de verplichte acht uur werken van je af kan schudden. Journalist ben je iedere dag, de ganse dag. Maar een ding is zeker: wervend is de documentaire zeker niet.
Opmerkelijk is ook het verschil in verslaggeving aan Frans- en Nederlandstalige kant. Het is onbegrijpelijk hoe dezelfde informatie of hetzelfde gebrek aan informatie aan beide kanten van de taalgrens zo anders geïnterpreteerd kan worden. Het concurrentiegevoel tussen Frans- en Nederlandstalige journalisten werkt dit interpretatieverschil in de hand. Het lijkt wel alsof beide groepen er bewust op uit zijn elkaars antipoden te zijn, wat correcte, objectieve verslaggeving in het gedrang brengt. Het is nog onbegrijpelijker hoe de burger totaal blind gehouden wordt voor die discrepantie, maar dat journalisten en politici zich er zeer bewust van zijn en er zelfs op inspelen.
No Comment is dus een verslaggeving over verslaggevers, vandaar de term metaverslaggeving.
Eerst was ik bang dat er niet veel van de documentaire me bij zou blijven, gezien het filmische karakter waarmee het verhaal (toch zeker in het begin) geportretteerd wordt. Camera’s met een hoge definitie geven de realiteit, althans naar mijn mening, steeds een beetje geromantiseerd weer. Net zoals films de realiteit steeds overstijgen, al is het maar miniem. Geconditioneerd aan het kwaliteitsverschil tussen film en simpelere televisiebeelden en diep weggezonken in de comfortabele bioscoopstoel, was ik bang dat No Comment eerder een diverterend effect op me zou hebben en dus een beetje aan me zou ontgaan.
Maar niets bleek minder waar. Ik vond het uiteindelijk een sterke en kritische documentaire die me de nodige vragen heeft doen stellen bij de toekomstige invulling van mijn diploma. In beeld brengen hoe verslaggevers te werk gaan tijdens de Belgische politieke impasse: het bedenken en uitwerken van het idee achter de documentaire vind ik van enig genie getuigen. My hat’s off to you, Pascal Poissonnier.
Jelle Laurijssen
Gearchiveerd onder:Recensies en verslagen | 2 Comments

en waar en wanneer kunnen we die documentaire zien?
No Comment is nog tot volgende week donderdag te zien in de Kinepolis van Antwerpen, Kortrijk, Brussel, Gent of Hasselt.