The First Step

08okt08

Toen ik van één van mijn leerkrachten audiovisuele technieken de opdracht kreeg een blog aan te maken en te onderhouden, vertrok mijn gezicht alsof ik net een grote hap uit een veel te zure citroen genomen had, gepaard gaande met de gedachte: “Blog? Blèh!”, een alleszeggende alliteratie. Maar aangezien het “van de moetens” is, zal ik mijn eigen opvattingen over blogs maar even aan de kant schuiven en gedwee doen wat er van me verwacht wordt, zonder zeuren, zoals het een goede student betaamt.

Dit wil echter niet zeggen dat ik het fenomeen van de blog niet op het randje van het marginale vind of ooit zal snappen wat er zo geweldig aan is, want het blijft uiteindelijk een online dagboek.

Uit het online woordenboek van Van Dale:

Blog: het, de; o en m -s (verk van) weblog

Weblog: het, de; o en m -s dagboek op internet; blog: een ~ bijhouden

Een online dagboek dus.

Niet dat ik iets tegen het bijhouden van een dagboek heb. Integendeel, het lijkt me zeer interessant om je leven op papier vast te leggen, om welke reden dan ook. Je kan later je leven herschouwen, in gehele nostalgie oude herinneringen oprakelen en herbeleven, je kan genieten van het helende effect van schrijven dat als een dagelijkse vorm van catharsis fungeert of misschien schrijf je een dagboek om een accurate schets van jouw persoon te creëren en dit nalaten aan kinderen, kleinkinderen of geliefden, opdat zij een beter inzicht krijgen in wie jij eigenlijk was. Leef niet in het verleden, maar herinneringen moet je koesteren…

Maar waarom zou je willen afwijken van de traditionele manier om dit te verwezenlijken, i.e. met een eerlijke pen en op maagdelijk wit papier? Wat is er zo geweldig aan de pc, dat onding met haar internet?

Natuurlijk is een computer veel makkelijker in gebruik. Spelfouten kunnen zonder sporen na te laten automatisch gecorrigeerd worden en zinnen die je verkeerd geformuleerd hebt kan je, zonder dat iemand daar ooit achter zou komen, herschrijven of verwijderen. Zelfs het opslaan en verbergen van je gedocumenteerde gedachten en herinneringen zijn gemakkelijker met een computer. Maar ik ben ervan overtuigd dat al de voordelen die zo’n computer mag bieden niet opwegen tegen het verlies van eigenheid dat ermee gepaard zou gaan. Een met de hand geschreven dagboek is veel authentieker en veel persoonlijker. Ik weet niet goed hoe ik het moet verwoorden, maar een dagboek op deze manier maken heeft iets magisch over zich, een soort magische eigenheid, vergelijkbaar met het gevoel van een authentieke cd die je net gekocht hebt en in je handen kan houden in plaats van hem simpelweg van het internet te plukken.

Waarom zou je die schrijfsels ook op het internet willen publiceren?

Waarom zou je toegeven aan de drang die iedereen schijnbaar lijkt te koesteren om alles wat men denkt, voelt en heeft beleefd te delen met zoveel mogelijk mensen, waarvan men het merendeel niet eens kent?

Misschien ligt het gewoon aan het feit dat velen voldoening willen geven aan het verlangen tot voyeurisme dat iedereen koestert. Ik betrap er mezelf af en toe ook op! Het is blijkbaar een natuurlijk proces om zoveel mogelijk te weten te komen over een persoon die jou interessant lijkt, maar liefst zonder dat deze ervan weet en liefst vanuit de comfortabele positie van ons eigen huis, achter onze eigen computer en liefst nog met een stomende kop thee erbij.

Waarom een open boek willen zijn voor mensen?

Ik wil niet dat mensen veel over me (denken te) weten zonder ook maar één woord met me gewisseld te hebben. Wat is er zo verkeerd aan dat mysterieuze, verborgen kantje dat mensen interessant maakt, misschien wel tot het licht intimiderende toe?

Ach ja, gewild voyeurisme. Ik wil er gewoon niet aan meedoen.

Groot was de opluchting echter toen bleek dat deze blog als een soort online portfolio zou moeten dienen. Geen dagboek, geen registratie van mijn dagelijkse avonturen, maar een bewijs van mijn werk in de klas met af en toe aanvullingen van mijn gedurfde pen. Een opgave die me niet al te dwars zou zitten dus. Wie weet, misschien ga ik hier nog plezier in scheppen?

Elke tocht, elke ontdekking en elk avontuur beginnen met het zetten van de eerste stap.

Die is bij deze gezet…

Jelle Laurijssen


No Comment

04okt11

Metaverslaggeving, dat is de term waarin ik de documentaire No Comment volledig zou kunnen bevatten. No Comment portretteert de manier waarop wetstraatjournalisten de nu al meer dan een jaar aanslepende regeringsonderhandelingen in beeld hebben gebracht en de parasitaire, zelfs agressieve vorm dat dat kon aannemen. Heuse roedels journalisten met bijhorende cameralui, geluidstechnici en fotografen stortten zich als uitgehongerde wolven op hun langverwachte, politiek bedrijvende prooi om uiteindelijk met lege magen weer te moeten afdruipen. Politici, medewerkers en woordvoerders deelden niets mee over de gang van zaken of konden simpelweg niets meedelen omdat de onderhandelingen al zo lang, te lang verzand waren. Vandaar ook No Comment, de titel van de documentaire.

Dat gebrek aan communicatie leidde tot een gebrek aan informatie, dat de journalisten op hun beurt naar de burger moesten vertalen. De non-communicatie bleef aanhouden, waardoor dat communiceren van een gebrek aan informatie naar de burger toe ronduit absurde en lachwekkende vormen aannam. Dagelijks werd de creativiteit van ganse redacties aangewend om hetzelfde bericht in een nieuw kleedje te stoppen opdat het toch door de consument gelezen zou worden: Vandaag is er, net zoals gisteren, nog steeds niets veranderd.

Tekenend is de verveling die de wetstraatjournalist moet doorstaan in afwachting van de komst van een mogelijke interviewee, een interviewee waarvan de journalist eigenlijk niet eens zeker is of deze informatie heeft om te delen. De verveling, de deadlines, de stress, de onzekerheid, de lange dagen, het nacht- en weekendwerk: stuk voor stuk tonen ze aan dat de journalistieke wereld een harde wereld is. Voor journalistiek moet je in de wieg gelegd zijn, want het is geen nine-to-five job waar je je ’s ochtends heen moet sleuren, maar die je na de verplichte acht uur werken van je af kan schudden. Journalist ben je iedere dag, de ganse dag. Maar een ding is zeker: wervend is de documentaire zeker niet.

Opmerkelijk is ook het verschil in verslaggeving aan Frans- en Nederlandstalige kant. Het is onbegrijpelijk hoe dezelfde informatie of hetzelfde gebrek aan informatie aan beide kanten van de taalgrens zo anders geïnterpreteerd kan worden. Het concurrentiegevoel tussen Frans- en Nederlandstalige journalisten werkt dit interpretatieverschil in de hand. Het lijkt wel alsof beide groepen er bewust op uit zijn elkaars antipoden te zijn, wat correcte, objectieve verslaggeving in het gedrang brengt. Het is nog onbegrijpelijker hoe de burger totaal blind gehouden wordt voor die discrepantie, maar dat journalisten en politici zich er zeer bewust van zijn en er zelfs op inspelen.

No Comment is dus een verslaggeving over verslaggevers, vandaar de term metaverslaggeving.

Eerst was ik bang dat er niet veel van de documentaire me bij zou blijven, gezien het filmische karakter waarmee het verhaal (toch zeker in het begin) geportretteerd wordt. Camera’s met een hoge definitie geven de realiteit, althans naar mijn mening, steeds een beetje geromantiseerd weer. Net zoals films de realiteit steeds overstijgen, al is het maar miniem. Geconditioneerd aan het kwaliteitsverschil tussen film en simpelere televisiebeelden en diep weggezonken in de comfortabele bioscoopstoel, was ik bang dat No Comment eerder een diverterend effect op me zou hebben en dus een beetje aan me zou ontgaan.

Maar niets bleek minder waar. Ik vond het uiteindelijk een sterke en kritische documentaire die me de nodige vragen heeft doen stellen bij de toekomstige invulling van mijn diploma. In beeld brengen hoe verslaggevers te werk gaan tijdens de Belgische politieke impasse: het bedenken en uitwerken van het idee achter de documentaire vind ik van enig genie getuigen. My hat’s off to you, Pascal Poissonnier.

Jelle Laurijssen


22-05-2010 went down in history as the day one of Belgium’s, if not the, most prominent hardcore bands bade us farewell. But not without turning the venue (JH Tydeeh – Mol) into a whirlpool of sweaty bodies one last time, lashing their fans with a hyperkinetic vibe, positive lyrics and fast old school guitar riffs, dousing us in nostalgia, making us reminiscent of the good old days. I’m talking about the almighty True Colors, founded in 2005 and fronted by Olivier Packolet. We sat down with Packo and these are the very words he uttered just minutes before hitting the stage for the last time.

Today is the last time you’ll mount the stage as True Colors. The final curtain call will be in a couple of minutes. What are your feelings on it all?

Packo: Well, it’s definitely something special. It has taken a long time for this day to arrive. But it’s finally here and I’m glad about that. But on the other hand, I wouldn’t have minded for it to have taken a little longer. But hey, we’ve made this decision together and I’m still entirely supportive of it. It’s been an amazing experience. We’ve accomplished a lot. I hope the show will be amazing as well. I’m really looking forward to it.

What’s your most beautiful recollection of True Colors?

Packo: Absolutely everything, I think. When we started the band, I already knew a couple of members, but basically we were all new to each other. We just wanted to play the music we like and record a demo tape. So we did. The demo tape wasn’t even of high quality or anything. But that’s how it all started.

We’ve always done our own thing. We’ve played a lot of lousy shows, or small shows where only five to ten people turned up or where nobody was interested in our music. But we just continued playing because it clicked really well. It’s almost inconceivable that all of this came from it. And recording those seven inches, let alone a full-length, was something we never even dreamt of. It couldn’t have been more perfect.

So yeah, everything we’ve done with True Colors is dear to me. Earlier today we met up in Antwerp to hang out and it was then I realised none of us ever had a falling out with any of us. Well, of course everything wasn’t always a bed of roses, because we were together all the time. But there have never been any big arguments.

There is such a vast amount of great recollections. Our American tour, to name one.  But if I have to narrow it all down to one, to my very best recollection, it would probably be our last trip together. We went to Russia to play a couple of shows. And I think it’s safe to say that to me, to True Colors, to everyone, that’s our most beautiful memory. It was so unique.

What was so unique about it?

Packo: Playing shows in Europe, or in America for that matter, seems to be a little self-evident. Don’t get me wrong though. The fact that people showed up at a True Colors show thinking: “I really like this, I’m going to sing along to this and I’m going to go completely mental to this”, was already something we never expected or didn’t dare dream about. That was already special on its own. But by self-evident I mean that attending shows over here is a bit of a triviality. Over here you can attend shows on a weekly basis. And whether we go completely mental or not, it doesn’t even matter.

But playing shows in Russia was absolutely fantastic. We played two shows over there and the turn-out was huge. It was even completely absurd at times. Sometimes people wanted to touch us as if we were rock stars. But aside from that, those people really appreciated what we were doing. They knew all our lyrics. We really meant something positive to them. And that was a feeling we had never experienced before. Those people from Russia were so grateful. That’s something I’ll never forget. But as I said, there is such a vast amount of great memories. But that trip to Russia exceeds all of them. But maybe that’s because it’s still fresh in my mind.

The key question is of course: why are you calling it quits?

Packo: We play a genre that tires rather quickly, even to play it. We’ve recorded two full-lengths, three seven inches, a demo tape and a couple of separate songs. That’s pretty much. And I’ve become a father in the meantime. That’s the greatest thing that has ever happened to me of course.

We were still playing good shows, but it was all becoming a little too much to be playing shows every weekend. I mean, we were really playing a lot. So at one point everyone was like: “This suffices. We’ve done everything and we’ve seen everything. We’ve accomplished more than we ever dreamt of. The time has come to give it a rest.” And from the moment we had made that decision, we started playing our best shows. We were all like: “It’s over. So from now on, let’s enjoy every show we have left to the fullest!” I really hope that after tonight we can all look back in joy on the experience True Colors has been. But I think that won’t be a problem. It’s been an amazing experience for the past five to six years. And that’s a lot.

Does age perhaps have something to do with it?

Packo: No, certainly not. If you’re looking for such a reason, I think my girlfriend and especially my daughter come to mind. I have known my girlfriend since before I started fronting True Colors. She underwent it all without ever complaining. But still…

We recently went to America for three weeks. That’s three weeks you leave your girlfriend behind, on her own, in charge of everything. We have recently bought a house as well. So I left her with all that business. Maybe that was also something that played a part in my decision to give it a rest, an emerging feeling of guilt. I felt a bit like I wasn’t doing too well, leaving her with all that work while I was painting the town red. But age? That’s not too bad. (laughs)

You have just mentioned that you’ve brought out a lot of releases in a rather short period of time. You’ve released a record nearly yearly. What’s your favourite?

Packo: It might sound a bit as a cliché, but our latest one I think. Well no, my favourite release is definitely Focus on the Light. There are a couple of songs on that record that evoked reactions I never expected. But our best release is our latest one (Consider it Done). In my opinion there are some real great songs on there, especially lyrics-wise. You might have noticed when I had to say something in English on stage that English wasn’t my best school subject. Sometimes it’s really hard for me to express myself in English. But the writing process leading up to the Consider it Done seven inch went a lot smoother.

I may have become a bit more personal on that record as well. Evidently, calling it quits brings forth a lot of emotions. I mean, Consider it Done, writing that song was… It just says it all.

You brought out the Get’em demo tape completely on your own. After that, Powered Records took you under their wing. Does bringing out something on your own differ greatly from being signed to a label?

Packo: Being signed to Powered Records, whatever is said about those guys, has been an amazing experience. Not that we’ve earned any money off of it nor was it the greatest deal of our lives, that was never even of any significance because we already knew those guys prior to signing up with them. It was more something like: Okay, we’re too lazy to arrange everything ourselves, they do it all for us, they offer us the chance to release our records and that was all that really mattered to us. And if they benefited from selling our records, we benefited from it as well, because Powered would continue to exist. To me, that’s what a hardcore label is all about. The thing with record labels is that if you don’t agree on something or if you feel like you’re being ripped off, just take matters into your own hands and do everything yourself. Or search for a new label and try to work out a better deal.

But to me, being signed to Powered Records was simply of the greatest ease. Booking tours for instance. I would basically ring up Filip and say: “Hey man, I’m on leave from then till then and we’d like to tour.” Filip would plainly respond by asking who we’d like to tour with. “It’s all the same to me, but I rather like that band or that band.” And that was it. A few weeks later he would present us with a booklet containing all the details of the tour through Europe we’d embark on with one of the bands I suggested. They would have worked everything out in detail. That’s incredible. We never even had to pay a dime for the effort they put in. And the coolest thing about Powered Records was that we were simply among friends.

If I would force you to choose, what would you choose as your favourite True Colors song?

Packo: That’s a hard question. It would probably be a song you can find on our latest seven inch. I think I would go with Consider it Done. We’ve never had the chance to play it live before, but tonight we’re going to do so.  It will probably break a bit with the rest of the set, but I really don’t care, I’m so proud of that song. Consider it Done really is a song that moves me.

And now that we’re getting personal, I really like the songs My Heartbeat and The Way to Myself as well. We never even intended on playing The Way to Myself live. When I wrote it, I really meant it to be a personal song and that was something I had never done before. But if I’m obliged to choose, I would go with Consider it Done. There you have it. Otherwise it would take ages for me to pick one. (laughs)

As a Belgian band, were you always received equally enthusiastic on your farewell tour?

Packo: In Russia, we were definitely received enthusiastically, I’ll tell you that! But on the matter of being received well: we played a lot of great shows while being on tour. America was definitely surprising. The cool thing about going to America is that you start out as a small band again. You can make people experience your music and your live show for the first time again. You don’t really have to prove yourself anew. That’s not really the case. But it’s fun to be a less-known band again. The people that attended our shows in America reacted quite enthusiastic as well. Having people come up to us and say things like “I have never seen you or heard of you before, but your show was something else!” That’s just awesome.

We have played a couple of huge shows in America as well. United Blood Fest and React Fest, those are shows kids from all over the country come down to. Those shows were incredible. I’m so pleased for ever getting the chance to experience all of that.

So, to answer your question, we were received very well, wherever we went. That’s the cool thing about hardcore: even if only five people turn up to attend the show, there’s always someone providing you with food and a place to sleep.

So there was no place you absolutely didn’t like playing?

Packo: No, in fact not. Sometimes the turn-out was very low, a bit disappointing even. And then I thought to myself: what am I doing here? But on the other hand, you’re there with your friends, painting the town red. And touring definitely is the most unique adventure you can embark on as a band. So indeed, we very much enjoyed playing every show.

Is there something you’re annoyed by in Belgium’s contemporary hardcore scene?

Packo: Well, I’ve reached an age where I don’t get worked up easily. Everyone does his own thing. I’m really not going to lose any sleep over things other people say or do. But what really bothers me… Well, bothers, the thing about the hardcore scene I could never understand, and I’m talking about from way back up to now, is that people always have to gossip or whine about a band that they really don’t like them or that they come over as being conceited. Simply listen to another band then. Not everything can be your cup of tea, but the least you can do is show some respect to the bands that are playing. For instance, the bands that we’re sharing the stage with tonight, I’m not equally fond of them. However, that doesn’t mean I have to run them down or talk badly of them behind their backs. That’s something I can’t even begin to comprehend.

If I don’t like something, either I don’t buy it and buy something I do like, or I decide to give it another chance, buy it, listen to it and if I still don’t like it, I put away and never listen to it again. That’s where it ends, full stop. But to me, that’ll never give cause to get personal or anything.

That’s what hardcore isn’t about in any way. Hardcore is about following your heart, making your own choices and doing your own thing. But in fact it’s just one big Teen Vogue Magazine movement. To a lot of people this is nothing more than a competition. Whether you dress the coolest, whether you know all the lyrics to all the songs of every band or whether you know everything about anything hardcore-related: I really don’t care. Focus on the light: it’s a simple message, but apparently it’s something a lot of people will never understand.

That’s why playing shows in Russia was so fantastic. Those people were full of enthusiasm, from the bottom of their hearts. They did the weirdest moves I have ever witnessed in my entire life. But it all came straight from their hearts. That’s why hardcore is so appealing to me. And that’s what’s missing a bit here in Belgium or Europe.

Before you started out with True Colors, you fronted a band called Building. Back then you already presented yourselves as a Straight Edge band, though a lot more militant.

Packo: Yeah, we were a lot younger back then. Big talk comes with youthfulness. (laughs)

So, how important is Straight Edge still?

Packo: Straight Edge will always be something important. But it doesn’t occupy my mind on a daily basis anymore. Thoughts like “Oh fuck, I can’t drink any beer or smoke a fag today” don’t cross my mind. Straight Edge has become something natural. In fact, Straight Edge is something natural. Back in the days I thought I could change the world with it and I was indeed a bit more outspoken. I still have my beliefs that are a bit more… Well, you can’t call them conservative. But they are more on the militant side. I still think Straight Edge is something positive and I will always X up at shows or when it springs to mind. So, I think it will always be something important in my life. Well, you never know of course, but the way things are going, I don’t think I’ll ever smoke or drink. Straight Edge has made me the person I am today.

Now that you’re done with True Colors, a flood of time becomes available. How will you fill up all that spare time?

Packo: By starting a new band of course.

Yes?

Packo: I guess so. Well, I’m going to occupy myself a lot more with our daughter. Don’t get me wrong, of course I was already occupied with her upbringing. But I’m going to try and do that even more. Given that newly available flood of time, I’m going to take things a bit slower and enjoy life even more. But I’m definitely starting a new band (Not Afraid). I’m going to keep it small-scaled though and I’m not planning on touring a lot anymore.

Will any other projects sprout from True Colors?

Packo: I think so. The group we hang out with, the Dead Stop guys and the Justice members, almost entirely consists of musicians. New bands will always arise from that pool. And we’ll see if I can be a part of it again.

Something a lot of people have been wondering: Den Beerschot or Antwerp F.C.?

Packo: (laughs) Well, I originate from ‘t Kiel, so I’m evidently a Beerschot supporter. I grew up with Den Beerschot. When I was younger, that really occupied my mind. Antwerp F.C. really was the enemy! But I don’t really care anymore. To me, Antwerp F.C. isn’t even a proper football team. (laughs) So, to answer your question, Den Beerschot it is!

Any last words?

Packo: Thanks for everything you all did for us over the years. It has been an amazing experience. But the time has come to put this to a rest. And, hopefully, we’ll see you soon.

Jelle Laurijssen



 

Met de renovatie van het Eilandje blijft niets nog echt. De buurt verandert en de buurtbewoners voelen zich verloren. Een van de laatste plaatsen waar ze hun herinneringen kunnen ophalen is café Scaldis. Wij praatten onder andere met de uitbaatster, José, en enkele trouwe klanten. We stapten binnen in ‘de Scaldis’ en proefden daar de echte, authentieke sfeer.


Herstructureringen bij NMBS Logistics, de goederentransportafdeling van de Belgische Spoorwegen, leidde tot heel wat misnoegen bij haar werknemers. De socialistische vakbond ACOD besliste daarom eenzijdig om een algemene staking te houden. Ook de gewone treinreiziger was hiervan de dupe. Ik vroeg hem naar zijn mening.


Microsoft lanceerde vorig jaar Bing, haar eigen zoekmachine waarmee ze de concurrentie trachtte aan te gaan met het machtige Google. Bing bleek echter niet aan te steken en wordt tot op heden volledig overschaduwd door de bekendste der zoekmachines. Maar verdient Google het om de hoogste sport van het podium in te palmen?

Ik vergeleek Google met twee minder bekende zoekrobots, namelijk Clusty en Wolframalpha. Ik voerde bij de drie telkens drie zoektermen in en vergeleek de resultaten. Ik was benieuwd wat de termen suicide, youth of today en Jelle Laurijssen zouden opleveren.

1. Suicide

Bij Google levert dit meteen een gesponsorde link op: een link die verwijst naar de website van de zelfmoordlijn. Maar deze vorm van reclame wordt door Google duidelijk gemaakt door een oranje markering en de tekst “gesponsorde link”, opdat de surfer hiervan op de hoogte is. Zo blijven gebruikers gevrijwaard van sluipreclame.

Het eerste resultaat is een Engelstalige zelfmoordpreventiewebsite, gevolgd door de Nederlandstalige en Engelstalige Wikipediadefinitie van zelfmoord. De zoekrobot is er blijkbaar van op de hoogte dat ik Nederlands spreek en geeft mij daarom ook de zoekresultaten voor de term “zelfmoord”. Verder geeft de lijst zoekresultaten voor videomateriaal weer.

Google stelt me ook in staat op eenvoudige wijze mijn zoekopdracht te verfijnen. Zo kan ik met een muisklik aangeven of ik al dan niet op zoek ben naar video’s, afbeeldingen, boeken, nieuws, vertalingen, pagina’s in het Nederlands, pagina’s die uit België komen, …

Clusty werkt volgens hetzelfde systeem van zoekopdrachtverfijning. Maar Clusty doet meer dan dat. De zoekrobot bundelt zoekresultaten in clusters: het verdeelt de zoekresultaten over een aantal kernwoorden.

Nog voor Clusty alle zoekresultaten oplijst, verwijst de zoekrobot naar een online artikel van de Daily Telegraph met de zoekterm in de kop. De eerste twee zoekresultaten die Clusty’s zoekwerk opleveren zijn ook zelfmoordpreventiewebsites, maar twee andere dan diegene die Google opleverde. Het derde zoekresultaat is, net als bij Google, een Engelstalige Wikipediadefinitie.

Bij de opties om je zoekopdracht te verfijnen, geeft Clusty ook de mogelijkheden om enkel Wikipedia af te schuimen of enkel jobaanbiedingen weer te geven. Maar, gezien de aard van de zoekterm, leverde dat logischerwijs niets op.

Wolframalpha benadert zoeken op een heel andere manier dan Google of Clusty. In plaats van je door te verwijzen naar een waaier sites, voorziet Wolframalpha je van allerlei statistische informatie die te maken heeft met je zoekterm. Ook deze website blijkt te weten dat ik van België afkomstig ben, want naast gegevens op wereldschaal, geeft het ook de gegevens die op België van toepassing zijn.

Zo leert Wolframalpha ons dat jaarlijks zo’n 2200 Belgen zich het leven ontnemen, wat zo’n 2,1 percent van alle doodsoorzaken in België omvat. Wereldwijd gezien plegen jaarlijks zo’n 872 900 mensen zelfmoord, wat overeenkomt met zo’n 1,5% van alle doodsoorzaken. Zo blijkt dus dat het Belgische zelfmoordpercentage het globale overstijgt.

2. Youth of today

De eerste twee zoekresultaten die Google voor deze zoekterm oplevert zijn wederom een Nederlandstalige en Engelstalige Wikipediapagina. Beide pagina’s wijden uit over hetzelfde, namelijk de populaire hardcoreband uit de jaren ’80. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het derde zoekresultaat een verwijzing is naar de Myspace van de band, gevolgd door verwijzingen naar afbeeldingen en videomateriaal.

Het zoekresultaat dat op de verwijzing naar videomateriaal volgt, is een website die opgericht is door enkele studenten Orthopedagogie aan de Katholieke Hogeschool Kortrijk. Deze is ontstaan als schoolopdracht en fungeert als een online portfolio van acht studenten.

Clusty levert als eerste zoekresultaat de website van een jongerenkrant op, gevolgd door, net als bij Google, de Engelstalige Wikipediapagina van de hardcoreband. Als derde zoekresultaat brengt Clusty een webpagina voor een Britse verkiezingscampagne voort.

Wanneer ik youth of today in Wolframalpha ingeef, meldt de zoekmachine me dat hij niet weet hoe hij de zoekterm moet interpreteren en levert bijgevolg geen zoekresultaten op.

3. Jelle Laurijssen

Wanneer ik mijn naam bij Google ingeef, levert dat als eerste zoekresultaat de webpagina van de Chiro waar ik al 14 jaar lid van ben op. De volgende verwijzing brengt de surfer rechtstreeks naar mijn blog. Daarna volgen respectievelijk de webpagina’s van de sociale netwerksites Facebook en Myspace en de webpagina van mijn voormalige voetbalclub.

Clusty geeft als eerste zoekresultaat de site van het Akkerpopfestival, dat ik tot voor kort mee organiseerde. Als tweede zoekresultaat geeft de zoekrobot gek genoeg de webpagina van de Duitse Mannheimuniversiteit. Hier heb ik echter absoluut geen banden mee. Dan volgen nog de Myspace van mijn voormalige band, de webpagina van mijn Chiro en Facebook.

Ook wanneer ik mijn naam in Wolframalpha ingeef, meldt de zoekmachine me dat hij niet weet hoe hij de zoekterm moet interpreteren en levert bijgevolg geen zoekresultaten op. Maar wanneer ik mijn geboortedatum intyp, levert dat een immense lijst van belangrijke gebeurtenissen op die op dezelfde dag plaatsvonden. Redelijk interessant moet ik bekennen!

Concluderend kan ik zeggen dat mijn voorkeur uitgaat naar Google en Wolframalpha. Google is veel precieser in zijn zoekwerk dan Clusty en, gezien Google automatisch ook Nederlandstalige webpagina’s afschuimt en Clusty het enkel op Engelstalige webpagina’s houdt, geeft Google ook steeds meer resultaten weer. Clusty verdeelt zijn zoekresultaten wel veel overzichtelijker. Wolframalpha is ideaal voor het bemachtigen van feitelijke en statistische gegevens. Een nadeel is wel dat je je zoekopdracht heel precies moet ingeven. Voor doorverwijzingen naar andere webpagina’s ben je bij Wolframalpha ook niet aan het juiste adres.

 

Jelle Laurijssen


Om de commercialisering en verpaupering van de hedendaagse berichtgeving het hoofd te bieden, rijzen ze als paddenstoelen uit de grond. Onafhankelijke nieuwssites als het Belgische Apache en en het Amerikaanse Allvoices vormen een objectief en kwaliteitsvol alternatief voor de lezer die ongevoelig is gebleven voor de popularisering en sensatiezucht van de media.

Apache

Apache kopt: “Journalisten met een scherpe pen en een weerbarstig karakter schrijven over wat er echt toe doet. Nieuws, analyse, opinie en satire. Kritisch en ongebonden. Omdat het nodig is.” Een gewaagde, onverbloemde uitspraak die de beweegreden naar het ontstaan van de website blootlegt. De verscheidene journalisten die aan dit bewonderenswaardige initiatief meewerken, slagen ook volledig in hun opzet. Ze weten een uitgebreid aanbod aan kwaliteits- en onderzoeksjournalistiek te creëren en zichzelf en de huidige media met een kritische blik te benaderen, zonder te vervallen in hoogdravend moraliserend gezwets.

Vormelijk gezien is dit naar mijn bescheiden mening een uitstekende website. Ze straalt sereniteit uit en is heel sober opgebouwd. Dit komt de leesbaarheid van de website en haar diepgravende artikels, die toch compact en luchtig geschreven zijn, alleen maar ten goede. Zelf lees ik niet graag grote brokken tekst van een scherm. Maar het sobere en gestructureerde Apache weet het kleine concentratievermogen waarover ik bezit eens ik me achter mijn computer zet, volledig te omzeilen.

Allvoices

Inhoudelijk gezien weet Allvoices perfect het evenwicht te vinden tussen serieuze berichtgeving en human intrest. Daar waar Apache bewust het populaire nieuws bijna volledig afzweert, weet Allvoices toch een grote waaier aan faits divers aan te bieden, zonder daarin verloren te lopen. De site biedt immers evenveel gewichtig nieuws. Gezien het internationale karakter van de website, doet de hoeveelheid informatie die je op Allvoices kan vinden, die van Apache helemaal verbleken. Maar, gezien Allvoices in het Engels is opgebouwd en dus een groter doelpubliek kan bereiken, is dit niet meer dan logisch.

Vormelijk gezien vind ik Allvoices veel te chaotisch. Hoewel de artikels kort en duidelijk zijn opgebouwd, vind ik het kleurgebruik en de lay-out van de site betreurenswaardig. Het feit dat de site zo onoverzichtelijk is opgebouwd, zet niet aan tot lezen.

Mijn voorkeur gaat alleszins volledig uit naar Apache.

Jelle Laurijssen


UitgePERSt

11mrt10

Zaterdag 6 maart woonde ik de voorstelling UitgePERSt bij in de sociaal-artistieke theaterwerkplaats Sering vzw in Borgerhout. Het theaterzaaltje kon slechts een honderdtal toeschouwers bevatten, maar dat creëerde een aangename, huiselijke sfeer. UitgePERSt is een persiflage op het huidige journalistieke bestel, dat doordrongen van de commercialisering een enorme en negatieve evolutie is ondergaan.

Nog voor de eigenlijke voorstelling begon, werd ons meegedeeld dat een van de actrices ziek was gevallen. De rol van Marianne, die oorspronkelijk vertolkt werd door Rebecca Huys, beter bekend als Merel Vanneste in de politieserie Flikken, werd door iemand anders overgenomen. De naam van die persoon moet ik u echter schuldig blijven, mea culpa. Ik vond die bezettingswissel alleen maar een positief punt, want, hoewel Huys’ vervangster me ook bekend voorkwam, het vertrouwde gezicht van Huys zou de niet vertrouwde rol die ze zou invullen niet volledig tot zijn recht doen komen. En de met momenten toch wel melancholische rol van het personage Marianne, werd uitstekend vertolkt door Huys’ vervangster. Ik ben van mening dat ze door haar nogal zachte stem en treurige uitstraling helemaal geknipt was voor die rol, nog meer dan Huys.

Vervolgens verscheen de hele bezetting, nog voor het doek geopend werd, vooraan op het toneel, pal voor het publiek. In een puik stukje doorbroken vierde-wand-toneel werden nog enkele dingen aan het publiek toegelicht. Zo werden enkele woordspelingen verduidelijkt, zodat het publiek zich helemaal kon vereenzelvigen met het satirische toneelstuk dat zou volgen. De naam van De Morgen was omgevormd tot De Toekomst, De Persgroep werd De Groepspers en Salut Iedereen was de satirische tegenhanger van Dag Allemaal.

Vervolgens opende het doek zich en een enorme redactietafel vormde de setting waar het stuk zich zou afspelen. We aanschouwden een redactie die druk aan het werk was en waren getuige van hoe redactionele beslissingen vandaag genomen worden. Zo werd een compromis onder leiding van eindredactrice Lucy gesloten tussen Marianne, een ernstige onderzoeksjournaliste, en John, die de sensatiepers oplijstte. Johns pas bekende, sensationele nieuws over een of andere Hollywoodicoon kreeg de bladzijden toegewezen die Mariannes gewichtige en goed voorbereide dossier over frauduleuze praktijken in de corrupte politieke wereld zou beslaan. Een beslissing die strookt met de realiteit. Het lijkt wel alsof kranten steeds sensationeler van aard worden.

Maar wie kan het ze verwijten? Het enige wat vandaag telt zijn verkoopcijfers en winst. Om deze te optimaliseren moet een krant gelezen worden. Daarom komt men, onder druk van concurrenten, marketingafdelingen en adverteerders, tegemoet aan de behoeften van de grijze massa. De grijze massa die sensatiezuchtig is. De grijze massa die zich niet interesseert voor politiek. De grijze massa die zich wil laten entertainen, niet informeren.

Wat later komt Corigan, het hoofd van de marketingafdeling, vertolkt door Xuan Nguyen, hen melden dat er tal van herstructureringen worden doorgevoerd en dat de krant een facelift krijgt. De redactie zal zich meer moeten focussen op lifestyle, mode en andere populaire aangelegenheden en minder bladruimte moeten wijden aan politiek en rechtspraak. Dit alles is een beslissing naar aanleiding van de verkoopcijfers. De oplage van De Toekomst is niet gedaald, maar die van de concurrentie is gestegen. Georgette, een oude rot in het vak, sterk vertolkt door Mia Grijp, ziet het probleem niet. Maar volgens Corigan, die alles heel doelmatig en analytisch benadert, staat stilstaan gelijk aan achteruit gaan. Daarop ontstaat een hele discussie met de redactie over hoe oude journalistieke waarden vervagen en het piket van de moraliteit steeds verder verschoven wordt.

Met nog tal van gebeurtenissen, ondersteund door videobeelden en pakkende dialogen die zich afspelen op het midden van de enorme redactietafel, wordt de hele journalistieke wereld ondersteboven gekeerd en onder de loep genomen.

De persiflage eindigt met een zeer sterke monoloog neergezet door een al even sterk vertolkte Georgette, begeleid door redelijk amateuristisch en ietwat storend gitaarspel van Jempie Vermeulen, die de toeschouwer aanzet tot reflectie en het vormen van een eigen mening over de wereld van de media.

Concluderend kan ik zeggen dat Mia Grijp de rol van Georgette zo sterk en met zoveel passie vertolkte, dat het leek alsof ze in een vorig leven echt journaliste was. Maar ik verwachtte eerlijk gezegd niet anders van een groot kanon als Grijp, die al te zien was in series als Flikken, Aspe, Thuis, Heterdaad en Recht op Recht. UitgePERSt is een weldoordacht en zeer geslaagd spel dat de huidige journalistieke praktijk een spiegel voorhoudt en de toeschouwer bewust maakt van de verpaupering en commercialisering van onze media en zelfs onze ganse maatschappij.

Een echte aanrader.

Jelle Laurijssen


Krating Daeng. Die naam zegt u niets? Red Bull klinkt waarschijnlijk wel bekend in de oren. Het wereldwijd bekende energiedrankje dat je vleugels geeft, is in feite gebaseerd op een stroperig, versterkend farmaceutisch drankje van Thaise afkomst. Dietrich Mateschitz, de Oostenrijker die Red Bull over heel de wereld introduceerde, is intussen miljardair geworden dankzij dat kleverige goedje.

De inmiddels 65-jarige Mateschitz ontdekte in 1982, toen hij als commercieel directeur voor het tandpastabedrijf Blendax in Thailand op zakenreis was, een stroperig, versterkend drankje dat in de apotheken verkocht werd. Het middeltje, Krating Daeng genaamd, bleek Mateschitz als bij wonder plotsklaps van zijn jetlag te genezen. Later, aan de bar van het Mandarin Hotel in Hong Kong, begon hij met het idee te spelen om zelf zo’n stimulerend drankje op de Europese markt te lanceren. Hij voegde daad bij woord en samen met Chaleo Yoovidhya, een Thaise ondernemer die de licentie van zo’n tonicum bezat, stichtte Mateschitz in 1984 zijn eigen bedrijf.

Drie jaar deed Mateschitz er over om de ingrediënten van het Thaise drankje te analyseren en er zijn eigen recept uit te destilleren. Hij behield drie oorspronkelijke ingrediënten: taurine, cafeïne en glucuronolactone. Om het drankje helemaal aan het westerse smaakpatroon aan te passen, voegde Mateschitz nog koolzuur aan de pepdrank toe.

Marketinggewijs kwam Mateschitz heel wat minder origineel uit de hoek. Krating Daeng laat zich vertalen als Rode Waterbuffel. De link met de huidige benaming Red Bull is dus niet ver te zoeken. Ook het logo heeft Mateschitz klakkeloos van het originele product overgenomen. Krating Daeng was in de jaren ’70 en ’80 op het Aziatische continent vooral populair bij de werkende klasse. Vrachtwagenbestuurders, bouwvakkers en landbouwers nuttigden het gegeerde goedje om het hoofd te kunnen bieden aan hun zware en lange werkdagen. Maar het arbeidersklasse-imago werd helemaal uitgespeeld door de sponsoring van Thaibokswedstrijden. Daar ontstond het logo van de twee op elkaar instormende stieren, dat op nogal imposante wijze de broekjes van de boksers sierde.

Onder de slogan ‘Red Bull geeft je vleugels’ verscheen de energiedrank dan uiteindelijk op de Europese markt. Het was echter niet meteen een doorslaand succes. De consumenten lustten het pepmiddeltje in eerste instantie niet en aantijgingen dat het goedje de gezondheid zou schaden staken meteen de kop op. Maar daar kwam al snel verandering in en inmiddels heeft Red Bull een overweldigende 70% van de energiedrankmarkt veroverd. Dat heeft ertoe geleid dat Mateschitz in 2008 op nummer 260 in de lijst van rijkste personen ter wereld pronkte.

Wat doe je als mediaschuwe Oostenrijkse zakenman eigenlijk met al dat geld? De excentriekeling uithangen natuurlijk! Naast een hele waaier van extreme sporten te sponsoren, een Nascarteam en wereldwijd drie voetbalclubs te bezitten, kocht Mateschitz in 2003 zijn eigen eiland in Fiji. Het eiland Laucala, dat hij van de familie Forbes overnam, heeft hem bijna acht miljoen euro gekost. Gelukkig kan de Red Bulljonair Laucala vlug bereiken met een van zijn hoogtechnologische supersonische vliegtuigen die hij in zijn privé-hangar op de luchthaven van Salzburg stalt.

Jelle Laurijssen


Donderdag 19 februari woonde ik het Animafilmfestival in Brussel bij. Het acht dagen durende festival van de animatiefilm begon op 12 februari en vond plaats in het Flageygebouw. De organisatie bood een grote waaier van langspeelfilms, kortfilms, evenementen, retrospectieven en symposia aan. Samen met Mathieu Vancamp en Charis Poppe bezocht ik de lezingen van Carlye Archibeque en Hans Helewaut.

Anatomie van Siggraph

“Once we’ll have art for the masses, we’ll have mass art.”, met dit citaat van de voormalige Amerikaanse president Benjamin Franklin, opende Carlye Archibeque haar uiteenzetting over de geschiedenis van het Siggraph festival en de digitale beeldindustrie. Het was althans haar bedoeling om de geschiedenis van beide te schetsen. Maar Archibeque, de voorzitser van Siggraph, raakte in tijdsnood, gezien de uiteenzetting zowel in het Engels gegeven, als in het Frans vertolkt werd.

Archibeque ving aan met de geschiedenis van de digitale beeldindustrie. Daarin schetste ze de evolutie van de vroegere analoge media naar de huidige digitale media. Volgens haar lag de Lumière camera, een uitvinding van de gebroeders Lumière in de jaren 1860, aan de basis van die evolutie. De Lumière camera was immers de eerste camera waarmee je zowel beeld kon registreren, verwerken en projecteren. Deze uitvinding werd opgevolgd door de ontwikkeling van de Acme-Dunn Optical Printer door Lindwood G. Dunn in 1949. Deze camera, die gebruikt werd bij de film King Kong, stelde de regisseur in staat effecten met de camera zelf te creëren.

De opkomst van de eerste computertechnologie in 1960, stelde John Whitney Sr. in staat als eerste digitale effecten te creëren. Hij vond een techniek uit die vergelijkbaar is met het concept van het Spirograafspeelgoed. Daarmee kon hij de beweging van muziek naar film vertalen. Een visuele manifestatie van muziek als het ware, waarvan het effect te vergelijken is met een caleidoscoop.

Whitney’s uitvinding ontketende een kettingreactie en computer graphics laboratoria ontsproten over het ganse Amerikaanse grondgebied. In deze laboratoria, waarvan M.I.T. het bekendste is, deden tal van ingenieurs onderzoek naar Whitney’s bevindingen en zochten tal van andere toepassingen en verbeteringen.

Uit dit concept ontstond het Siggraph festival. Siggraph staat voor Special Intrest Group in Graphics en ontstond als conferentie in 1974 in Boulder (Colorado). Vanaf 1975 kreeg Siggraph nog een tweede luik: enerzijds had je de conferentie, die de academische kant van de grafische wereld belichtte en anderzijds had je het filmfestival, waar de uit de conferentie voortgekomen technieken op film toegepast en getoond werden.

De uiteenzetting over het Siggraph festival bleef echter beperkt omwille van tijdsnood. Archibeque rammelde snel nog wat namen af en lijstte nog enkele belangrijke gebeurtenissen op, maar dit ging allemaal zo snel dat het publiek al snel haar aandacht verloor.

Jelle Laurijssen




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.